Best vaak horen we: Blijf “gewoon” jezelf!
Nou, zo gewoon is dat nog niet en zo gemakkelijk al helemaal niet, is mijn ervaring.
Bijna dagelijks kom ik tegen bij de mensen met wie ik werk dat ze zichzelf als het ware zijn kwijtgeraakt. Of vaak eigenlijk nog nooit gevonden hebben.
Dat ze niet weten wie ze zijn, wat ze echt willen, waar ze behoefte aan hebben en eigenlijk ook dat ze er mogen zijn.
Vaak is dat al vroeg ontstaan, toen ze nog klein waren en leerden zich aan te passen.
“Als ik maar heel erg mijn best doe dan vinden ze me lief”, “Als ik een negen haal voor Frans dan zijn ze trots op me”, “Als ik mama help dan heeft ze het niet zo zwaar”, “Papa is verdrietig en soms heel erg boos, dus ik houd mijn mond maar”, “Ze zijn al zo druk met mijn broertje, ik zal niet lastig zijn”.
Kinderen voelen dingen feilloos aan, al trekken ze dan niet altijd de juiste conclusies. Kinderen kunnen meestal nog niet overzien dat het iets van hun ouders is en niet over hen gaat. Ze betrekken het op zichzelf.
Ze trekken de conclusie dat ze harder hun best zouden moeten doen, dat falen geen optie is, dat ze liever moeten zijn, de ander niet mogen teleurstellen, geen last mogen zijn. En deze conclusies worden vaak overtuigingen.
Over wie je moet zijn om erbij te horen en gezien te worden.
Over wat je wel en niet mag voelen.
Over wat veilig is en wat niet.
Langzaam ontstaat er een versie van jou die zich aanpast, die rekening houdt, die probeert het goed te doen. Een versie die misschien heel succesvol, zorgzaam of sterk ogend is geworden, maar die ergens diep vanbinnen ook iets is kwijtgeraakt. Als je voortdurend gericht bent op de ander, raak je het contact met jezelf vaak langzaam kwijt.
Met wat jij voelt.
Met wat jij nodig hebt.
Met wat bij jou past.
En vaak heb je dat niet eens door.
Pas later, als volwassene, kan er een knagend gevoel ontstaan.
Dat je niet helemaal of zelfs helemaal niet leeft zoals je zou willen.
Dat je keuzes maakt die eigenlijk niet echt kloppen voor jou.
Dat je over je grenzen gaat.
Dat je moe bent van het aanpassen, zorgen of pleasen. En dat je merkt dat je misschien niet zo goed weet wat jij zelf eigenlijk wilt of voelt.
Alsof je een rol speelt die ooit helpend was, maar die nu steeds meer gaat knellen. En dat kan spannend zijn om te ontdekken. Spannend genoeg om het maar zo te laten en jezelf nog een beetje verder op te rekken.
Wat als de ander het niet begrijpt en je misschien wel verlaat?
Wat als je mensen teleurstelt?
Wat als je niet meer de altijd lieve, sterke of succesvolle persoon bent die de mensen om je heen hebben leren kennen?
Jezelf zijn vraagt moed.
Omdat je jezelf daarmee laat zien. Zonder beschermend masker of muurtje. Zonder je aan te passen of te voegen naar de ander.
En dat voelt soms naakt, kwetsbaar en ongemakkelijk. Alsof het onveilig is.
Toch hoeft jezelf zijn volgens mij niet te beginnen met grote beslissingen of radicale veranderingen.
Het mag “gewoon” in het inimini.
Door stil te staan bij jezelf.
Met jezelf afvragen:
Wat voel ik eigenlijk?
Wat wil ík?
Wat heb ik nodig?
En misschien nog wel belangrijker:
Mag dat er zijn van mezelf?
Langzaam, laag voor laag, kun je ontdekken wie je bent onder alle aanpassingen.
Niet door jezelf te forceren, maar door jezelf steeds een beetje meer te leren kennen.
Wat in jou wacht erop om ontdekt te worden?



